Kijk toch, op het garagedak,
daar zit een uil op zijn gemak,
wat licht hij op tegen dat zwart,
dat mooie koppie, zo apart,
die fel oranje ronde ogen
tussen maanvormige bogen
die in snavel overgaan,
wat kijkt hij ons argwanend aan.
Je hoeft voor ons niet bang te zijn,
wij vinden je gezelschap fijn,
je geeft de nacht een nieuw gezicht,
ik leg je vast in een gedicht!
Coby Poelman-Duisterwinkel
